dinsdag 18 januari 2011

City of Love ...










Gestaag vallen de regendruppels op zijn vette haar dat in lange dunne slierten naar beneden hangt. Instinctief duikt hij dieper weg in zijn kraag, zich niet eens bewust van de gemelijke blikken die passanten hem toewerpen.

Zijn magere gezicht getekend, zijn kleren bijna tot de draad versleten en zijn schoenen hebben waarschijnlijk ook de meeste kilometers gevreten. Het interesseert hem allemaal geen ene moer. Waarom zou hij zich druk maken om zoiets onbenulligs als uiterlijk of wat mensen van hem denken? Hij heeft wel andere dingen aan zijn hoofd.
Voorzichtig steekt hij zijn rechterhand in zijn binnenzak en voelt het papier. Opgelucht slaakt hij een nauwelijks hoorbare zucht.
Soms weet hij niet of iets echt is of alleen maar wishful thinking, een hemelse droom of een nieuwe nachtmerrie, heden of verleden. Het leven is niet altijd een pretje, dat is een ding dat hij heel zeker weet.

 
Op zijn gemak slentert hij over de oever van de Seine waar de handelaren nog druk zijn met hun
mooie verkooppraatjes. De boekenstalletjes zijn een constante factor in het dagelijks straatbeeld, net als de eeuwige studenten en grijzige oudjes die bij het 'interieur' lijken te horen.
Boeken waren ééns zijn grote passie. Zijn poort naar intelligentie en rijkdom, de papieren deur naar de wereld, waarschijnlijk zelfs zijn enige vrienden.
Tot hij háár had ontmoet.

Hij was tegen haar op gebotst in de drukke boekwinkel Shakespeare & Co. aan de Rue de la Bûcherie, tegenover de Notre Dame. Een verontschuldiging stamelend keek hij in de meest sprankelende groene ogen die hij ooit had gezien, zijn hart maakte een sprongetje en zijn tong weigerde plots dienst.
Ze grinnikte 'Het geeft niet hoor. Het is sowieso een wonder dat er hier niet vaker gewonden vallen in die drukte.'
Ze schonk hem een stralende glimlach en keek weer naar het boek dat ze in haar handen hield. Een prachtige eerste druk van een de Balzac, een ware schat voor de liefhebbers en kenners.
'Volgens mij heb je de jackpot gewonnen vandaag, een 1e druk nog wel!'
Verbaasd over zijn eigen lef haar aan te spreken, keek hij hoe ze lichtjes de kaft van het mooie boek streelde.
Een kreuntje ontsnapte aan haar volle lippen. 'Helaas is het veel te duur voor een arme student, maar het is inderdaad alsof je een schat hebt gevonden. Ik hou van boeken, vooral de oudere exemplaren waaraan je kunt zien dat het heeft 'geleefd', de expliciete geur die je bedwelmt en het fraaie uiterlijk.
Ik hoop niet dat je nu denkt dat ik een beetje raar ben', haar glimlach verbreedde zich terwijl er blosjes op haar wangen verschenen.
'Natuurlijk niet! Ik ben blij dat ik niet de enige ben die zo over boeken praat. Misschien klink ik wel heel brutaal nu, maar zou ik je mogen uitnodigen voor een kop koffie of een glas wijn?'
'Graag', zei ze tot zijn eigen verbazing. Ze legde het boek neer met een teleurgestelde blik in haar ogen en knikte de eigenaar goedendag.
'Ik betaal even mijn spullen en dan gaan we oké?' Hij sprak even met de eigenaar die zijn aankopen in een bruin papiertje wikkelde en liep naar haar toe.
Het werd een heel gezellige middag die veel te snel voorbij ging. Ze maakten een afspraak voor het volgende weekend en wisselden telefoonnummers uit.

Verloren in herinneringen loopt hij verder en ziet dat hij bij zijn geliefde Quartier Latin is aanbeland.
Ernest van het gelijknamige café groet hem, maar hij hoort het niet eens. De terrasjes zijn leeg met dit mistroostige weer, zelfs de bedelaars en zwervers zijn in geen velden of wegen te bekennen, waarschijnlijk omdat er niets te halen valt bij de gehaaste mensen die zo snel mogelijk naar hun warme huizen willen.
Hoe anders was het met haar, alleen al een blik in haar levendige ogen maakte dat de zon zijn innerlijke bewolking verdreef, de kou uit zijn botten liet verdwijnen, hem voor het eerst in zijn leven liet genieten van zijn bestaan.
Met gebogen hoofd loopt hij verder richting La Sorbonne, waar hij een kleine kamer heeft in een van de bijgebouwen, groot genoeg voor een professor die er alleen doordeweeks gebruik van maakt.
De kamer voelt kil en leeg alsof het leven eruit gerukt is. Zijn hart voelt als een ijsklompje als hij zijn natte kleren uittrekt en op een hoop gooit.
Zelfs de warme douche kan dat niet verhelpen.

Afspraak na afspraak volgde na dat weekend. Ze hadden een enorme klik en vulden elkaar naadloos aan, soulmates werden ze.
Het verschil van 15 jaar in leeftijd maakte voor hen helemaal niks uit. Ze volgde zelfs niet zijn colleges, hij was slechts één van de professoren die literatuur doceerde. Maar blijkbaar waren er toch mensen die het stuitend en onbetamelijk vonden. Hij werd op het matje geroepen door de raad van bestuur.
In niet mis te verstane woorden werd hij gedwongen om de relatie te verbreken of ontslag zou volgen.
Zijn mooie Esmee werd zonder pardon overgeplaatst naar een andere Universiteit.
Hun wereld kleurde zwart. Emotionele gesprekken over oneerlijkheid, jaloezie en de bitterheid van sommige mensen ontaarden steevast in een vastklampen aan een gezamenlijke toekomst, gevolgd door een allesomvattende intimiteit, de hunkering naar eenheid.
Sneller dan verwacht moesten ze dan toch afscheid nemen, het einde van haar studie zou het begin van hun nieuwe toekomst worden.
Het verdriet en de leegte die hem overvielen nadat ze vertrokken was, maakte dat hij in zichzelf keerde.
Hij voelde als een leeg omhulsel, een schim van de man die hij door haar geworden was.
Een eenling in de massa, die zelfs de basisbehoeften van zijn lichaam negeerde.
Steeds vaker vertrok hij naar zijn prachtige buitenhuis aan het Lac de Saint Mandé om daar uren rond te dolen in de bosrijke omgeving.
Zelfs de bijna afgeronde manuscripten van boeken die hij zelf aan het schrijven was werden vergeten.

Hij droogt zich af en trekt droge kleren aan.
Zijn natte spullen liggen als een zielig hoopje stof in de kamer. Het jasje druipt als hij het bij de kraag vastpakt en optilt.
Met twee vingers neemt hij voorzichtig de brief uit zijn binnenzak en loopt ermee naar de tafel.
Gemengde gevoelens stromen door zijn lijf als hij de envelop langzaam openmaakt.
Met stijgende verbazing absorbeert hij de inhoud van de brief. Hij leest verbijstering, ongeloof en angst. Maar meer nog dan dat leest hij liefde, verlangen en dankbaarheid.
Hij leest en leest, steeds weer opnieuw. Tot hij uiteindelijk de kern tot zich laat door dringen.
Hoop is wat eruit spat, de hoop op een sneller weerzien dan gepland.
Hij voelt het kleine waakvlammetje in zijn hart oplichten.

Verbaasd staat hij op en loopt naar zijn kleine spiegel aan de wand. Een eerste bewuste blik sinds tijden laat hem een verouderde man zien, vervallen en kleurloos. Alleen de ogen lijken te sprankelen.
Als een zachte fluistering klinkt ineens een hoopvolle stem door de kamer.
'Ik word vader!?' …..





©José... '10


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen