Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen

maandag 6 februari 2017

Vergetelheid



Verstrooid

Het ziet er bijna lachwekkend uit, ware het niet dat het huilen me nader staat dan het lachen.
Met een glimlach beantwoord ik haar stralende gezichtje dat er ietwat clownesk uitziet met de felrode lippenstift rondom haar mond en op haar wangen.

'Kan ik er zo mee door?', vraagt ze me zonder haar gebruikelijke zelfvertrouwen.
'We hoeven niet op stap mam, en de dokter in het ziekenhuis is veel te oud voor jou om mee te sjansen.'
Ik probeer er met mijn loden hart een komische twist aan te geven door een keer vet te knipogen naar haar.
Ze grinnikt als ik een make-up remover doekje uit het cellofaan neem en zo subtiel mogelijk het overtollige rood probeer weg te vegen. Haar ongelijk bijgetekende wenkbrauwen staan als twee piramides boven haar troebele ogen alsof ze beschuldigend wijzen naar de veel te korte pony.
Alsof ze mijn gedachten kan lezen.
'Ja echt, ik zag bijna niks meer door dat gordijn van haar dus heb ik er een puntje afgeknipt.'
Het bewijs ligt op haar schoot en op tafel zie ik de huishoudschaar die het rafelige resultaat nog eens benadrukt. Haar trillende onderlip zoekt bevestiging. Ze kijkt me aan en smeekt me woordeloos om hulp. Hulp die ik haar niet kan bieden in welke vorm dan ook.
'Het is goed mam, je ziet er prachtig uit maak je geen zorgen.' Ik neem het ronde flesje met daarin een prachtige parel, haar lievelingsgeur, en spray een beetje achter haar oren en in haar hals waar de dunne huid het gulzig absorbeert.
Genietend sluit ze haar ogen even en ademt diep in. 'Dank je lieverd,' fluistert ze.

Ik neem haar bij haar elleboog en help haar opstaan om haar vervolgens te helpen haar wollen mantel aan te trekken. Haar vermagerde lijfje vraagt om een paar maten kleiner maar shoppen vergt teveel energie, energie die ze hard nodig heeft om haar hoofd de kracht en de rust te geven om alles nog enigszins te snappen en te onthouden.
Als ik haar in de auto help en amper de gordel om heb gedaan valt ze als een blok in slaap. Ik geef haar geen ongelijk.
Als ik zou beseffen dat mijn geheugen me in de steek liet en afhankelijk zou worden van anderen, zou ik ook het liefste slapen. Weg van alle ellende in dromen zakken waar de wereld mooi is en het leven geen ziektes en pijn kent …. misschien zou ik wel voor altijd willen slapen.


©José 2-2-2017
Fictief verhaaltje dat voor velen non-fictie zal zijn ….

N.a.v. de dagwoorden: Ziekenhuis – Lachwekkend en Ongelijk

woensdag 25 januari 2017

Schuurfeest



Schuurfeest

De dikke lucht was zwanger van een rottingsgeur.
Hij probeerde zijn adem in te houden maar het was al te laat. Als een parasiet kleefde de reuk aan de binnenkant van zijn neus. Hij proefde het zelfs! Kokhalzend boog hij voorover en zette zijn handen op zijn knieen. Zijn maag hobbelde als een op hol geslagen paard door zijn lijf en hij probeerde uit alle macht om zijn ontbijt binnen te houden.
Pierre was ondertussen al heel wat gewend sinds hij 28 jaar geleden bij de politie begon. Langzaam maar doelbewust was hij opgeklommen tot de rechercheur met het hoogste aantal opgeloste zaken. Maar dit specifieke geval tartte alle waanzin die hij ooit had gezien.

De afgelegen boerderij met zijn vlakke akkers, omringd door een prachtig bosgebied, lag nou niet bepaald in een buurt waar veel mensen kwamen. Het was dan ook puur toeval dat een wandelaar alarm had geslagen.
Duizenden vliegen had ze gemeld. Misschien zelfs wel miljoenen. Niet normaal zoveel als er uit de kleine kier van de aangrenzende schuur waren gekomen. Daar moest wel iets niet in de haak zijn.
Het leek wel alsof er een schuurfeest voor insecten aan de gang was...

Hij had op het bureau al gecheckt wie er woonde en wat voor soort boerderij het was. Voornamelijk akkerbouw, groenten zo stond er in de archieven. Een alleenstaande boer van 60+, de eigenaar sinds 1979. Hij stond bekend als een zonderling figuur, een soort kluizenaar.
Alleen de vrachtwagenchauffeur van de veiling kwam er wel eens om de oogst op te halen maar dan verbleef de boer blijkbaar in zijn woning en liet zich niet zien. Het gerucht verspreide zich zelfs dat de boer wellicht een oerlelijke boerin zou zijn, of misschien iemand die ooit de behoefte had gehad om zich te verstoppen voor de overheidsinstanties – een gevluchte crimineel of erger nog. Onzin natuurlijk, het was waarschijnlijk iemand die het niet zo op andere mensen had voorzien. 'En geef hem eens ongelijk', dacht Pierre, 'De hele wereld is verrot'. En zo te ruiken was dat zelfs tot hier doorgedrongen...

Hij liep naar buiten terwijl hij de vliegen van zich af probeerde te slaan. Een fikse teug lucht bracht enigszins verlichting voor zijn arme maag. De deur van het woongedeelte was nu niet bepaald een exemplaar dat aan de veiligheidsnormen voldeed en hij hoefde dan ook maar een flinke schouderduw te geven en het hele geval denderde uit zijn scharnieren en viel plat achterover de smalle gang in. Een stofwolk verspreide zich door het muffig ruikende huis. Vastberaden liep hij door en opende deur na deur maar er was geen levende ziel te bekennen.
Toen hij uiteindelijk de leefkeuken bereikte zag hij een verfrommeld blaadje op het aanrecht liggen.
Hij vouwde het open en las:

Genoeg! Ze komen mijn neus uit.
Ik kan het niet meer aan. Voor wie dit leest, het spijt me, maar ik ben met de noorderzon vertrokken en het interesseert me geen bal wat je met de boerderij doet maar de geur van te lang gedragen wollen sokken – natte hond of schimmelige ruimtes komt me ondertussen duchtig mijn strot uit...
Tabee!

Pierre kon zich er iets bij voorstellen, nam zijn telefoon en belde naar de gemeente.
“Stuur je iemand naar het perceel aan de Slofferstraat nr. 64? Een totale ontruiming ja, en neem meteen iemand mee die de boel kan ontsmetten a.u.b. Het ligt hier vol lijken en de stank is overweldigend. Dank je”.

Hij wierp nog een blik in de schuur terwijl hij een zakdoek voor zijn mond hield.
Walgelijk hoe al die dooie vliegen zich hadden opgehoopt op de tonnen rottende tuinbonen.
Weerzinwekkendste geur die hij zich kon bedenken, tuinbonen! 



©José 24-01-2017
N.a.v. Een combi van Dagwoorden (23 en 24 januari):
#Verspreide en #Ongelijk

Smakelijk eten ;-)



zondag 3 juli 2016

*Gesloopt

                Mijn inspiratie: Gemaakt door Henk Wulms van het RICK

Geen idee of je nog weet dat ik mee deed aan een schrijfwedstrijd - jonge jonge dat was me een #Feest! ;-) 
Ik stuurde 2 verhalen in, het eerste belande pardoes in een bundel en het tweede had je nog van me tegoed. Bij deze dus. Ter inspiratie maakte ik dankbaar gebruik van bovenstaand werk van Henk Wulms......

Gesloopt

Lucht, ik krijg geen lucht!
Paniekerig hap ik in de kleine ruimte naar een noodvoorraadje maar de tape op mijn droge lippen verhindert iedere vorm van ademhalen. Pogingen om met mijn tong de tape weg te duwen zijn tevergeefs. Mijn speekselklieren weigeren dienst en het huilen staat me nader dan het lachen. Mijn neus maakt overuren om de nodige lucht binnen te krijgen en ik moet dan ook mijn stinkende best doen om niet te janken zodat mijn neus vrij blijft van snot. Een verstopte neus is wel het laatste dat ik nu kan gebruiken. Angst om te stikken maakt dat ik mezelf dwing om rustiger te ademen, lange teugen neem ik -als een junk die om een shot verlegen zit. Mijn hersens lijken steeds minder te functioneren, registreren bijna niets door zuurstofgebrek. Zelfs de pijn schijnt slechts in vlagen binnen te komen. Alsof prikkels de hersenen niet goed bereiken, laat staan je zintuigen activeren om een hachelijke situatie te behelzen.
Koud! Maar ik ben niet eens in staat te klappertanden met die verrekte tape. Mijn bloed lijkt knisperende ijskristallen te bevatten die weigeren te smelten, die mijn spieren doen verstijven en niet meer de cruciale plekken weet te bereiken door het knellende touw rond mijn polsen en enkels. Vingers en tenen voelen aan alsof ze niet meer de mijne zijn. Langzaam zak ik weg in een droomtoestand die uitgroeit tot een ware nachtmerrie...

Wat een prachtig appartement Yara!”
Dolgelukkig kijk ik mijn vriend Alex aan als ik hem rondleid in mijn pas gerenoveerde paleisje. Drie maanden zijn we pas samen en het is de eerste keer dat hij mijn plekje kan zien, mijn trots. De verbouwing van het appartementencomplex bleek langer te duren dan de planning was en er zijn nog steeds woningen die nog niet helemaal af zijn, waar nog de zogenaamde puntjes op de i gezet moeten worden. Opgelucht was ik dan ook toen de uitvoerder belde dat mijn appartement als een van de eersten klaar was. Mijn moeder bedoelde het goed toen ze me uitnodigde zolang bij haar te komen wonen maar achteraf bekeken was het te lang om op elkaars lip te zitten als je al een tijd op jezelf woont. Ze is een schat hoor maar je kunt ook overdrijven in zorgen voor iemand. Diep teleurgesteld was ze toen ik opgetogen vertelde dat ik haar weer ging verlaten, eenzaamheid lag weer op de loer.
Genietend kijk ik om me heen naar de royaler ogende ruimte. Tussenmuurtjes zijn verdwenen zodat mijn leefruimte groter en opener is en mijn keuken met kookeiland is tot een walhalla getransformeerd. Mijn grote loungebank komt nu pas echt goed tot zijn recht in het zitgedeelte. Het pièce de résistance is echter mijn uitgebouwde slaapkamer met de badkamer en suite en de – voor mijn begrip – levensgrote inloopkast. Het enige dat nu nog irriteert zijn de bouwgeluiden die door het complex dreunen, geluid dat als zeurende kiespijn blijft hangen in je hoofd. En de doordringende geur van chemische troep die gebruikt is.
Alex en ik kijken elkaar aan als we boven het geluid uit iets tegen elkaar willen zeggen en schieten in de lach door ons geschreeuw. “Maar goed dat de schilders geen geluid maken met hun zachte kwasten hiernaast”, zeg ik hoofdschuddend terwijl ik een glas dieprode bordeaux voor ons inschenk.
“Proost! Op een lang leven van woongenot”, zegt Alex als hij zacht mijn lippen kust. “Liefst met mij samen binnen niet al te lange tijd”, fluistert hij zinnelijk in mijn rechteroor. Ik kijk hem aan en straal van binnen als ik in zijn hazelnootkleurige ogen kijk. Getroffen door zijn plotseling intense blik bedenk ik me dat een periode van drie maanden niet echt lang is om elkaar beter te leren kennen. Voornamelijk de verbouwing en het gebrek aan eigen ruimte bij mijn moeder zijn niet bevorderlijk geweest om elkaars karakter en persoonlijkheid te doorgronden, ook al worden we door wederzijdse vrienden als het perfecte setje bestempeld. Zachtjes streel ik Alex' wang.
“Alles op zijn tijd lieverd.” Mijn antwoord schijnt hem niet aan te staan, hij lijkt ineens afstandelijker.
“Ik moet zo weer weg”, zegt hij met een blik op zijn horloge. “Mijn assistente sms't me net dat er nog stukken ondertekend moeten worden.” Quasi nonchalant wacht hij op mijn reactie.
“Jammer, ik heb lekkere hapjes bij de traiteur gehaald om mijn eerste avond thuis te vieren met jou.”
“Het spijt me Yara, maar het is belangrijk en we hebben nog tijd genoeg om dingen te vieren in de toekomst, alles op zijn tijd.” Het sarcasme druipt er vanaf als hij me glimlachend aankijkt, een glimlach die zijn ogen echter niet bereikt. In één teug drinkt hij zijn glas leeg en trekt zijn jas aan. Teleurgesteld loop ik mee naar de voordeur en ben verbaasd dat ik in de deuropening slechts een vluchtige kus op mijn voorhoofd krijg. Hij draait zich om en loopt met gebogen hoofd snel naar de lift.
“Ahum.”
Met opgetrokken wenkbrauwen draai ik me om en kijk recht in de spottende ogen van een schilder die naar ons zuinige afscheidsritueel heeft staan kijken.
“Wat!!?”, bijt ik hem nijdig toe.
“Zo'n lekker ding als jij verdient toch wel beter dan zo'n kouwe kikker. Als je warmte zoekt dan bel je mij maar. Sterker nog, ik ga nu beginnen bij je buren en zal nog wel een paar dagen hier zijn. Ik zeg geen nee tegen een lekker heet bakkie op zijn tijd.” Zijn vette knipoog zegt meer dan woorden en met een rood hoofd maak ik dat ik weg kom en sluit mijn voordeur van binnen met het extra slot.
“Zelfingenomen etterbakkie met waarschijnlijk een strak sixpack waarmee hij indruk maakt op jonge giebelgeiten, niet op een tweeëndertig jarige vrouw van de wereld!” Al voel ik me natuurlijk best gevleid.

Doelloos zap ik wat langs het zenderaanbod maar vind niks van mijn gading. De fles wijn is leeg en de nachtelijke stilte wordt doorbroken als de kerkklok twee keer slaat. Voor de zoveelste keer kijk ik op mijn smartphone maar zie nog steeds geen nieuw berichtje. “Klootzak! Dan laat je toch lekker niks meer horen en blijf vooral waar je bent!” Met een woest gebaar gooi ik mijn telefoon aan de kant, zet de tv op stand-by en doe de lichten in de kamer uit. Als ik richting slaapkamer loop zie ik ineens een piepklein lichtje op de zachtgroene muur langs de tv. Ik loop er naar toe en zie hoe het donker wordt. Met mijn wijsvinger voel ik zachtjes over de ietwat ruwe muur maar kan verder niks vinden. “Je ziet spoken als je drinkt mens.” Grinnikend om mijn eigen domheid loop ik de badkamer in, maak mijn gezicht schoon en poets mijn tanden. Terwijl ik er lustig op los borstel zie ik via de spiegel alweer een kleine lichtflits, tenminste daar lijkt het op. Mijn oog valt op een klein gaatje naast het verwarmde handdoekrek. Raar. Ik zou toch zweren dat ik licht zag. Ik kom tot de conclusie dat ik de wijn beter kan laten staan voortaan, doe het badkamerlicht uit en kruip onder mijn dikke donzen dekbed. Al snel val ik in een onrustige slaap.

Bonk, bonk, bonk.
Ik schrik wakker en knip het lampje op mijn nachtkastje aan. Slaapdronken kijk ik om me heen. Niets dan donkere stilte. De wekker geeft half drie aan maar het lijkt alsof ik al uren geslapen heb. Ik loop op blote voeten naar de badkamer om een slok water te drinken en zie in het donker weer dat zachte licht. Het gaatje naast het handdoekrek zit in de tussenmuur naar de buren. Ik vraag me af of die ongewenst nachtelijk bezoek hebben terwijl ze noodgedwongen tijdelijk elders wonen. Ik schiet in mijn slippers, trek mijn badjas aan en besluit om even op de galerij te gaan kijken. Met de sleutels in mijn hand stap ik naar buiten en voel de nachtelijke kou al snel mijn lijf omarmen. Ik bibber en trek de badjas wat strakker om me heen terwijl ik naar het raam van mijn buren loop. Het raam is bedekt met papier maar hier en daar heeft het wat losgelaten. Ik zet mijn handen tegen mijn hoofd en maak er een kommetje van rond mijn ogen. De duisternis die ik zie door het scheurtje ziet er behoorlijk normaal uit en ik slaak een zucht van opluchting. Plots voel ik mijn nekharen recht overeind komen. Een innerlijke vlaag van onrust maakt zich van me meester maar voor ik me kan omdraaien krijg ik een slag tegen mijn hoofd en ga gestrekt tegen de vlakte.

Duisternis. Geen straaltje licht komt door de blinddoek die iemand me heeft omgedaan. Volgens mij heb ik geslapen. Waar werd ik dan wakker door?
Bonk, bonk, bonk …..
Ik besef dat dat hetzelfde geluid is waarvan ik wakker werd in mijn eigen bed, waar ik nu ben weet ik niet. Het lijkt een kleine ruimte. Als ik mijn gebonden benen iets strek raak ik een muur. Met mijn gebonden handen tast ik voorzichtig mijn omgeving af en raak een glad oppervlak. Een deur misschien? Concentreer je Yara, let op je ademhaling. Ik probeer mezelf onder controle te krijgen door mijn benen en handen zoveel mogelijk te ontspannen. Ik draai met mijn vingers om het verkrampte gevoel enigszins kwijt te raken en voel dan dat het touw iets losser om mijn polsen zit. Rustig blijf ik draaien om de knoop niet vaster te trekken. Een harde klap doet me verstijven van schrik. Ademloos luister ik waar het vandaan komt maar door de blinddoek lijkt het wel of ik helemaal gedesoriënteerd ben, mijn hele gevoel van richting is verdwenen. Focussen. Nu! Uiterst gericht stuur ik mijn aandacht naar het touw, vouw mijn handen zo goed mogelijk in elkaar zodat het touw eraf kan schuiven. Focussen!
Onverhoeds schiet het touw eraf en ik kan wel janken van opluchting en trek strijdvaardig de tape van mijn mond. Tranen biggelen over mijn wangen als ik de broodnodige zuurstof mijn mond in zuig. Als ik de blinddoek verwijder blijft het donker maar ik kan in ieder geval op gevoel ook het touw om mijn enkels verwijderen. Hardhandig probeer ik wat bloed op de juiste plekken te krijgen door mijn armen en benen ruw te masseren zodat ik rechtop kan proberen te gaan staan. Ik tast de ruimte weer af en realiseer me dat ik in een gesloten voorraadkast ben. Gefrustreerd grom ik zachtjes een verwensing en steek mijn handen in mijn zakken. Sleutels! Stevig grijp ik ze vast om zo weinig mogelijk geluid te maken en probeer of een ervan in het slot past. De derde poging is raak. Bedachtzaam open ik de deur ….

Op blote voeten probeer ik geruisloos te lopen. Dunne lichtstralen stromen de kamer in. Plotseling zie ik in de hoek een lichaam liggen. Doodstil. Roerloos. Mijn hart lijkt stil te staan als ik weer gebonk hoor. Het schijnt uit de slaapkamer te komen. Ik loop voorzichtig naar de stille figuur in de hoek en zie tot mijn grote schrik de schilder met wijd openstaande ogen naar me staren, tot ik besef dat het licht in zijn ogen gedoofd is. Een driehoekige verfkrabber steekt uit zijn nek. Kokhalzend loop ik achteruit.
Gevloek …
Aarzelend loop ik, tegen beter weten in, naar de slaapkamer. Een walgelijke lucht wordt steeds sterker en ik moet me inhouden om de vloer niet onder te kotsen. Als ik stiekem om het hoekje kijk valt mijn mond open. Sprakeloos aanschouw ik het macabere tafereel. Mijn buren liggen lepeltje-lepeltje tegen elkaar op de betonnen vloer in hun eigen bloed.

“Hoi schat, ik wilde je verrassen maar ik zie dat je je nieuwsgierigheid weer niet kon bedwingen. Ik dacht als we niet kunnen samenwonen dan kom ik gewoon gezellig naast je wonen. Een deur maken die in je inloopkast uitkomt is toch moeilijker dan ik dacht Yara!”
Verbijsterd kijk ik in de waanzinnig glinsterende ogen.

“Mam!” …. Opnieuw ga ik gestrekt tegen de vlakte.



©José juni 2016

dinsdag 24 mei 2016

Mise en place




Mise en place. 

Ze vloekt hartgrondig als ze zo eens om zich heen kijkt. De hond in de pot vinden is hier meer regelmaat dan uitzondering. Niet dat er niet genoeg te eten is, integendeel, teveel eten en te weinig klanten zodat haar twee honden letterlijk alles opvreten wat er in haar pannen en potten zit aan het einde van de dag. Het scheelt natuurlijk dat ze niet veel hondenbrokken hoeft te kopen maar dat was niet de opzet geweest. 
 
Haar stageplek in het kleine rustieke Italiaanse restaurant had haar leven helemaal veranderd. Het lieve stel dat al bijna vierenveertig jaar deze zaak runde had haar met open armen verwelkomd alsof ze een verloren kleinkind of lievelingsnichtje was. Als leerling-kok kreeg ze alle kans zich te ontplooien en uit te groeien tot een volwaardig chef. Steeds vaker hadden Gio en Flora haar de scepter laten zwaaien, tot groot ongenoegen van Carlo, die hoopte ooit de zaak te erven van het kinderloos echtpaar. De lijpo was alleen maar bezig met flirten, vrouwelijke klanten of leveranciers. Zelfs Madonna, de serveerster was niet veilig voor zijn nooit aflatende dubbelzinnige uitspraken en halfslachtige pogingen om macho en sexy over te komen. 
 
De rillingen lopen Jasmijn over het lijf als ze aan die viespeuk denkt. Zijn gore tengels hadden haar ook ooit bijna betast. 
Bijna! Ze had zijn pols gegrepen en hem dusdanig verdraaid dat hij het uitgilde van de pijn. 
 ‘Eén ongepermitteerde aanraking en je zult het berouwen miezerig mannetje!’, ze had hem daarbij ijskoud in zijn hazelnootkleurige ogen gekeken. 
Zelfverdedigingslessen zijn hun geld waard. Hij nam letterlijk en figuurlijk afstand maar probeerde haar op andere manieren onderuit te halen. Kinderachtige dingetjes die zo doorzichtig waren als een te vaak gewassen vitrage. Per ongeluk teveel zout in haar bouillon doen of de temperatuurknop van de oven een tikje geven zodat er zwartgeblakerde gerechtjes tevoorschijn kwamen. Spuugzat was ze het geweest en de klanten rekenden het natuurlijk de chef aan dat het eten smakeloos was, of überhaupt niet te freten zoals sommige critici zelfs melden op hun foodblogs. De klandizie was zienderogen - dramatisch achteruit gehobbeld.

Afgelopen met die flauwekul. 
Vanaf morgen presenteert ze de nieuwe kaart met de nadruk op authentieke gerechten naar traditionele recepten van echte Italiaanse nonna’s. Hierbij is het gebruik van alles wat voorhanden is een specifiek kenmerk. Je kookt met alle onderdelen van een beest – van kop tot kont. Zo gaat er zo min mogelijk verloren en haal je meer rendement uit je inkopen. Het uitbenen is ze nog niet verleerd dus dat is geen enkel probleem. Haar kachels staan al vol grote pannen. De bouillons en stoofpotten verspreiden een heerlijke geur door de vele kruiden die ze zelf gekweekt heeft in de kleine tuin achter het restaurant
Het weinige afval belandt op de composthoop die ze regelmatig omzet zodat de insecten hun werk kunnen doen. Recyclen is een kunst die ze onderhand goed onder de knie heeft. Als laatste maakt ze het hoofd schoon. Ze had een geweldig recept gevonden in een oud kookschriftje van Flora’s oma. Ze spoelt de hersenen goed schoon onder koud stromend water en haalt ondertussen voorzichtig het dunne vliesje er vanaf. De marsalasaus staat al te pruttelen en ze kneust nog wat salie om toe te voegen. Morgen alleen nog even de plakjes hersenen bakken en dan nog even mee sudderen in de saus. 
 
Met een tevreden blik kijkt ze naar de voorraad eten die ze morgen aan haar gasten gaat voorschotelen. Haar mise en place ziet er indrukwekkend uit. De uitgebreide kaart zal door de criticasters waaraan ze een uitnodiging heeft gestuurd grondig en zonder mededogen beoordeeld worden. Daarna zal de definitieve kaart gemaakt worden met alle goed gerecenseerde gerechtjes. Ze heeft er zin in en draait met een vastberaden trek op haar gezicht alle gaspitten uit en maakt nog snel de keuken schoon. Haar restafval nog even naar buiten brengen en meteen naar huis om nog een paar uurtjes slaap proberen te pakken want morgen is D-Day, erop of eronder….

Alle stoeltjes zijn bezet en de tafels bezwijken bijna onder de hoeveelheden kleine gerechtjes die Jasmijn bedacht heeft. De twee extra serveersters die ze heeft ingehuurd rennen onder de bezielende leiding van Madonna heen en weer met drankjes en extra Foccacia en kommetjes goede olijfolie met wat vers gemalen zeezout erin. De keuken is een waar strijdtoneel waar zelfs Flora en Gio alle zeilen bijzetten om haar te helpen. Carlo is natuurlijk weer eens nergens te bekennen, zogenaamd ziek gemeld moppert ze als Gio vraagt waarom hij er nog niet is. Voordeel is wel dat hij het niet kan verzieken vandaag met zijn wonderlijke toevoegingen of zijn zogenaamd onopzettelijke vergissingen. 
De gasten lijken enorm te genieten zo aan de gezichten te zien. De opgewekte gesprekken en verwonderde kreetjes laten Jasmijn’s hart zingen. De subtiele knoflookgeur en de kruidige basilicum beroeren haar neus terwijl ze door de grote pan pastasaus roert. Flora giet de pappardelle af zodat Jasmijn haar handen vrij heeft om de pasta te voorzien van de heerlijke saus. Als de laatste kommen de keuken uitgaan zucht ze eens diep en bereidt zich voor om als laatste de cacaolaag over haar zelf gemaakte tiramisu te strooien en het vers gedraaide ijs uit de vriezer te halen zodat het wat kan acclimatiseren.

Een onheilspellende kreet verbreekt de gemoedelijke rust. Stilte die wordt gevolgd door geroezemoes en dan misselijkmakende braakgeluiden bereiken haar vanuit de eetzaal. Ze rent door de klapdeuren de zaal in en ziet van alles tegelijk gebeuren. Gasten aan tafel vier die geschokt naar een kom pasta kijken van een blonde blogster die wit wegtrekt en dan haar hele maaginhoud over de vloer uitspuugt. Jasmijn baant zich een weg naar de tafel en duwt de opgesprongen, nieuwsgierige gasten van de omringende tafels aan de kant. Ze neemt de bewuste kom pasta in haar handen.
 ‘Fuck! Vuile klootzak!’ Een hazelnootkleurig oog lijkt haar uit te lachen en ze gooit met een wilde zwaai de kom tegen de witgepleisterde muur.

De glans is eraf, de dag begon zo stralend en eindigt met een domper. De handboeien knellen, haar polsen lijken niet veel bloed door te geven aan haar handen. Haar vingertoppen zijn volgens haar zelfs al dood en begraven. Het euforische gevoel allang verdwenen. Toegegeven, dit was niet echt haar dag geworden. Kruupstruukerig voelt ze zich. Niet het geplande succes maar een dag die ze snel wil  vergeten. Bummer ….



©José mei 2016



Op onze vraag of er iemand woordjes had waar we bij de SKO wat mee konden schrijven – voor het voor ons zo geliefde blikken trommeltje van Anja – kregen we een woord van Franca

Kruupstruukerig! Een door haar zelf vaak gebruikt woord voor als het niet gaat of voelt zoals het zou moeten gaan of voelen. 
Volgens haar omgeving bestaat het woord niet eens maar zelf denkt Franca dat ze het toch wel ooit ergens gehoord heeft. Onze speurtocht om de betekenis te achterhalen eindigde zonder resultaat helaas. Taalkundigen en dialectkenners wisten het ook niet. 
Om haar toch niet teleur te stellen en omdat het woord mezelf wel waanzinnig goed in de oren klonk heb ik er een persoonlijk projectje van gemaakt en er een kort verhaal mee geschreven. Hoop dat het enigszins aan je verwachtingen voldoet Franca! 
En heel hartelijk bedankt voor de inspiratie, word ik ernstig blij van ;-)


vrijdag 16 oktober 2015

P van Paniek!!!!


P van Paniek!


Whaaaaaaa … 
Oké, lichtelijk overdreven maar deze #MuzikaleVrijdag is er een van wikken en wegen omdat heel veel van mijn “helden” een P in hun naam hebben.
Denk aan Pearl Jam – The Peppers – Papa Roach – Paul Weller – Paul Carrack – Puddle of Mudd – en ga zo maar even door …..
Laat ik dan eens een oud schrijfsel uit mijn virtuele kast trekken dat ik naar aanleiding schreef van een liedje dat zowel komisch is als ook wel een beetje triest. Maar zoals je waarschijnlijk wel weet zie ik meestal meteen de humor ergens van in – zie ik meteen beelden voor mijn geestesoog verschijnen en ik kon het dan ook niet laten om er iets over te schrijven natuurlijk ;-)

Band van deze week is: Panic! At the disco – een rockband uit Vegas die het theatrale van deze stad terug laat komen in hun clips, tenminste zo zie ik dat dan ;-)
Het nummer But it's better if you do gaat over een man die het thuis niet zo naar zijn zin heeft, waar de liefde wat ver te zoeken is en hij zoekt de liefde dan maar buiten de deur …... maar of dit nu zo'n strak plan is!?! :-P

Clip:





En mijn (van die meneer dus;-)) beleving van een Lapdance …. Enjoy! (*grinnikt*)

Lapdance………

De rokerige ruimte werpt schaduwen over de sfeervol verlichte dansvloer als ik behoedzaam tussen de dansende lijven door manoeuvreer.
De broeierige warmte maakt dat ik me opgewonden en vrij voel, lekker in mijn vel.
Spiedend kijk ik om me heen en plotseling voel ik een aangename sensatie door mijn lichaam vloeien.
Ik kijk in de meest prachtige hazelnootkleurige ogen, die op me neer zien vanuit een vreemde positie. Ondersteboven aan een paal hangt ze en kijkt me ondeugend aan.

Als door een magneet aangetrokken loop ik dichter naar haar podium en zie hoe haar soepele lijf een is met het RVS. Kleine zweetdruppeltjes parelen over haar gebruinde lichaam als ze weer in een simpele beweging haar bovenlichaam omhoog brengt.
Zonder mijn ogen los te laten klemt ze haar benen strak om de glimmende paal en likt langzaam over haar volle zwoele lippen. Haar caramelblonde haar zwiept zwierig in het rond als ze haar hoofd achterover gooit en me op een wellustige knipoog trakteert.

Ik voel het bloed warm stromen en bedenk me dat ik mijn jeans misschien beter een maatje groter had kunnen kopen.
Mijn ogen zijn gefocust op het heerlijke tafereel op het podium en toch krijg ik een schokje als ze in een snelle beweging haar topje zomaar uittrekt. Ik kijk om me heen en heb het idee dat alleen ik haar naaktheid kan zien. Met een stralende glimlach houdt ze zich vast met één hand terwijl de andere sensueel over haar prachtige rondingen streelt. De kleine rood kanten string is het enige dat nog wat kleur geeft aan het lenige lijf als ze me met haar wijsvinger dichterbij wenkt.

Gracieus glijdt ze nog steeds om haar paal als ze me een stoel aanwijst die op het podium staat.
Intussen zo mak als een lam, neem ik plaats op de stoel en zie hoe ze na een sierlijke draai op haar naaldhakken terecht komt en me met doordringende ogen aankijkt. Mijn bloed begint zich op dat moment op één plek te mobiliseren en de temperatuur lijkt absurde hoogtes aan te nemen.
Haar lijf glimt van het zweet als ze voor me staat. Vanuit het niets heeft ze een fles in haar hand en giet een geurige vloeistof in haar handen. Met uitdagende bewegingen wrijft ze de lotion op haar huid, langzamer op de meer intieme plekken.
Als ze dan ineens in een vloeiende beweging haar laatste restje stof verwijdert, slaat mijn hart een paar slagen over terwijl ze plotseling - zo licht als een vlinder -  wulps op mijn schoot belandt.

Verbaasd kijkt ze me aan alsof ze nattigheid voelt…

Ik zit zomaar voor paal.



©José (oude doos ;-))

Geniet van je weekend en pas op voor vlinders – voor je het weet veroorzaak je een vleugelslag of beter gezegd …. een chaos ;-))






donderdag 8 oktober 2015

Grote schoonmaak



Grote schoonmaak …


Kokhalzend komt hij de mahoniehouten trap af, hoe verder hij naar beneden komt hoe doordringender de stank wordt.
'Ongelooflijk dat ik dit überhaupt nog tolereer!' schreeuwt hij in de echoënde ruimte van de hal.
De eens zo verwelkomende sfeer van de entree naar hun paradijs is verloederd tot een armetierig aandoend varkenshok dat qua geur nog beter te harden is dan de putlucht die hier overheerst. Onvoorstelbaar hoe de mens zich kan laten gaan als het eenmaal een doel voor ogen heeft.
Als hij de laatste trede omlaag neemt stapt hij met zijn geruite bordeelsluipers in een poel drab en viezigheid en begint spontaan over te geven.

Vastbesloten was ze, geen levende ziel die haar van gedachten kon veranderen. Ze eiste een makkelijke eetkamerstoel op en zaagde met een zevengatenzaag een gigantisch gat in de zitting. Wat erin gaat moet er tenslotte ook uit was haar uitleg toen hij haar verbijsterd aanstaarde. Eerst dacht hij nog dat dit wel een voortvloeisel zou zijn van die rare boeken die ze hem ook door de strot had geduwd.
'Hier, lezen! Daar zou je nog wel eens wat van kunnen leren!'
Braaf was hij eraan begonnen maar het enige dat hij leerde was dat sommige schrijvers niet eens fatsoenlijk kunnen spellen, laat staan een adequate zin vormen. Misschien sloeg ze nu door en creëerde ze een nieuwe vorm van SM. Geen idee! Echt kinky kon hij deze situatie niet noemen.
De stoel moest in de hal komen te staan naast de voordeur waar ze door het zijraam naar buiten kon kijken, het gat in de zitting werd voorzien van een emmer. Verbouwereerd had hij haar gevraagd wat ze in hemelsnaam van plan was.
'Ik wacht op een postpakketje,' zei ze 'En geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om van mijn plek te wijken!'
Hij bekeek haar vette grijze slierten en de alsmaar groeiende waas op haar bovenlip. Hij realiseerde zich dat zijn vrouw door de jaren heen steeds meer op een figuur uit Het land van ooit begon te lijken, Kos met de snor, maar die was waarschijnlijk menslievender dan dit exemplaar.

Met een snelle blik controleert hij eerst of haar armen nog stevig vastzitten en trekt dan met een felle ruk de duct tape van haar mond, hopend op een spontane waxbeurt. Meteen begint ze weer te foeteren en te schelden en hem in de rondte te commanderen.
'Vuile niksnut! Je zou eens wat vaker die emmer leeg kunnen maken, dat was de laatste druppel, je zorgt maar dat je dat mens aan de telefoon krijgt!!'
Behendig ontwijkt hij haar rondvliegend speeksel.
'Het lijkt me makkelijker om je niets meer te eten en te drinken te geven! Je lijkt wel vergroeid met die stoel. Je stinkt een uur in de wind en ik kan het spinrag om je heen zelfs niet meer verwijderen met de grootste plumeau die er op deze aardkloot te vinden is. Je onderlijf zit zo vastgeplakt aan je eigen viezigheid dat ik nog op zoek moet naar een gleufgluurder die voor een habbekrats wel aan huis wil komen om je los te weken of te snijden.'
Haar ogen spuien vuur als ze hem aankijkt.
'Luister, ik heb je gewaarschuwd dat ik geen idee heb hoelang het duurt eer haar nieuwe boek wordt bezorgd. Je zou op zijn minst wel eens even kunnen informeren of het al onderweg is. Maar ik moet en ik zal hier zijn als die verrekte postbode eindelijk eens over de brug komt met zijn pakje. Het lijkt wel of hij me steeds uitlacht als hij voorbij loopt, de klootzak zal het toch niet achterover gedrukt hebben? Wat sta je daar nou met een zuur gezicht te kijken man! Breng me liever koffie en iets te eten voor ik hier nog sterf door jouw nalatigheid! Wacht maar tot ik los kom, een hulpeloze vrouw vasttapen met die gore duct tape van je. Je moet niet denken dat ik zomaar over me heen laat lopen miezerig mannetje dat je bent.

Het geschreeuw fluit als een stoomlocomotief door zijn oren. Hij voelt woede in zich opborrelen vanuit zijn binnenste alsof er een vulkaan op uitbarsten staat. Vers aangemaakte lava die kokend door zijn aderen vloeit en een uitweg zoekt. De zachtaardigheid die hem zo kenmerkt smelt en afschuw en razernij nemen bezit van zijn handen. Hij grijpt haar hoofd en rukt het krachtig achterover, haar wijd openstaande mond lijkt ineens bevroren. In een reflex grist hij de plumeau van het steigerhouten haltafeltje en ramt hem met een noodgang haar strot in. Haar woeste hoofdschudden wordt geremd door het plastic handvat dat grotendeels verdwenen is in haar keelgat. Stilaan lijkt er minder beweging in haar te zijn. Hij laat haar eindelijk los en klotst door de viezigheid om haar heen en bekijkt haar grauwe gezicht. Ongeloof ziet hij in haar uitpuilende ogen en hij moet stiekem een beetje lachen om de gekleurde vezeltjes die tussen haar tanden zijn blijven steken.
'Mooi, een zachte dood en op het nippertje nog even geflost'.

Als de deurbel zijn lachje overstemt opent hij de deur met een zwierige beweging.
'Hé hallo. Mijn vrouw zat al op je te wachten!'
Hij neemt het pakje aan en scheurt het karton open.
'Ahhh, dat is nog eens aardig van haar om het eerste exemplaar aan mijn vrouw op te dragen.
Kijk, de tweede thriller van Liesbeth van Kempen. Mooie stoere cover en de titel is zeer sterk gevonden'.

Ooit

De postbode wankelt achteruit en neemt zijn telefoon uit zijn zak.
'Politie?'.................


©José Oktober 2015


(Kort fictief verhaal geïnspireerd door een aantal verkregen woorden van:
 Es en Maddy alsook door een doodserieus (ahum) twittergesprek met Liesbeth van Kempen …. )
Meligheid beheerst soms mijn schrijfsels ;-))



zondag 20 september 2015

Observerende beeldvorming



Observerende beeldvorming

Zomaar een willekeurige wachtkamer in een willekeurig ziekenhuis waar wachten observeren wordt en je fantasie op hol kan slaan. Afbuigen naar verbeelding of gissen, voor mij een beeldend tijdverdrijf.

Waar interieurgoeroes een bepaald kleurenspel hebben geprobeerd te realiseren dat rust en eenvoud uitstraalt, maar dat hier en daar echter toch kil aandoet. Het verbetert niet echt de emotie van je op je gemak voelen, maar laat je in de waan dat er in ieder geval geprobeerd is met je mee te denken.
Een ietwat treurige ruimte opgeleukt met een warme paarse tint in de vorm van enkele stoelen.
Een industrieel aandoende kapstok die er maar verlaten bijstaat nu de temperaturen nog aangenaam warm zijn, zijn schaduw op de muur lijkt zijn enige medestander.
Een hoekje waar een robotachtige kast je vertelt dat je een bakkie troost kan nemen om vooral je angstige momenten radicaal te bestrijden met de hoognodige cafeïne. De sterkte lijkt te zijn aangepast aan het stressgehalte waardoor je uiteindelijk ook nog de aandrang krijgt om te moeten plassen en zit je daar weer over te dubben. Moet ik nu gaan of word ik zo meteen geroepen terwijl ik een halve gang verder ben en het niet hoor? Toch maar even ophouden en benen over elkaar?

Om je heen kijkend zie je mensen diep in gedachten of verdwaald in hun eigen wereldje vol vragen.
De stilte is oorverdovend, soms verbroken door een fluisterend zinnetje – of een korte dialoog – waarvan je weet dat het over de tijd gaat als er stiekem op een horloge wordt gekeken.
Het verschil van leeftijd duidt zich ook meteen, je hoeft niet eens naar gezichten te kijken – handen zijn een goddelijk instrument om de jaren in te schatten. Zie je een smartphone dan weet je dat als je naar het gezicht kijkt je een jeugdig exemplaar zult aantreffen. De iets oudere jongere zal eerder geneigd zijn om uit één van de twee triest aandoende mandjes op de centraal neer gezette tafel een tijdschrift te nemen.
De nog iets oudere jongere, vaak voorzien van een gehoorapparaat zal het worst wezen, hij/zij wacht geduldig en maakt een gelaten indruk. Hij/zij converseert wel, gewoon de alledaagse dingen die met de begeleidende persoon besproken “moeten” worden komen aan de orde zonder dat diegene in de gaten heeft dat het gefluister bij hem/haar niet echt gefluister is. Ook bij het zien van een kennis of vage bekende zijn ze geneigd om heel “zachtjes” te vertellen wie diegene is – waar hij/zij woont en wat zijn achtergrond is … dan hoop je als begeleidend persoon dat de besproken persoon eveneens een gehoorapparaat heeft. Is dit echter niet zo en kijkt hij/zij om dan wil je soms even door de grond zakken en niet in deze echoënde galmput zijn.
Ik word weer afgeleid door een teder plaatje. Een echtpaar dat in mijn gedachten hun huwelijkse geloften eer aan doet. In voor – en tegenspoed lijkt op hun lijf geschreven als hij haar behulpzaam in haar rolstoel naar de balie duwt. Een duet, een samenspel voor het leven gesmeed.

De tijd lijkt altijd tergend langzaam te gaan en als ik probeer me af te sluiten van mijn hersenkronkels en het gepiep van de gezondheidsschoenen van een verpleegkundige die ik voor de zoveelste keer voorbij hoor komen, zie ik dat ik mijn notitieboekje alweer aardig beklad heb met woorden.
Op het ritme van de zoemende climate control laat ik mijn gedachten meewaaien, verdwijnen in de luchtafzuiging – waar gedachten en geheimen veilig zijn....

©José september 2015



Mijn notitieboekje is soms mijn beste vriend ;-)


Fictief - kort verhaaltje

zaterdag 22 augustus 2015

Creepy ;-)


                              Bron foto: Pinterest 


 
Danse macabre

Ergens in de verte slaan de zware kerkklokken middernacht.
Donkere wolken pakken zich samen terwijl de duisternis alles op lijkt te slokken.
Lichte regen daalt als zilte tranen op het ondoordringbare bladerdek van de bomen die bescherming bieden aan de eenzame figuur die met opgeslagen kraag over het kerkhof dwaalt.
Geluidloos loopt hij van steen naar steen, zijn donkere waakzame ogen aftastend, namen die hem niet raken.

Eén blik was genoeg geweest. Zijn hart had een sprong gemaakt alsof de bliksem insloeg bij het zien van zo’n pure schoonheid. De stilte om haar heen, de serene rust die ze uitstraalde. Hij had zich niet af laten schrikken door haar koude ogen, maar haar liefdevol verzorgd, opgetild en voorzichtig neergevlijd in haar nieuwe satijnen bed. Gelaten had ze het toegestaan, alsof het haar allemaal niets meer kon schelen. Ze was zo mooi. Een paar dagen later was hij met haar gaan rondrijden…onderweg vertellend over de schoonheid die hij zag, begeleidt door een waterig zonnetje dat door de wolken piepte. Tot hij dan toch echt haar bestemming had bereikt, haar achterlatend in de kleine kring die afscheid van haar nam, iets dat hij absoluut niet kon … nooit!

Voetje voor voetje schuifelt hij verder totdat hij een eenzame treurwilg ontdekt in de verte.
Gestaag vervolgt hij zijn weg in die richting ondertussen om zich heen spiedend of hij niemand ziet.
De boom biedt een prachtige bescherming voor zijn engeltje. De grillige zware takken lijken haar als een octopus te omarmen.
Voorzichtig laat hij zich op zijn knieën vallen en begint met zijn handen zorgvuldig de verse aarde te verwijderen.
Hij wil haar weer zien, zeggen wat hij voor haar voelt, samen met haar zijn, het liefst voor eeuwig.

Als hij uiteindelijk op het mahoniehouten deksel stuit, opent hij het en glimlacht bij het zien van zijn liefje. Hij klopt het zand van zijn kleding en haalt uit zijn binnenzak de capsule die hem naar haar zal brengen.
Consciëntieus verschuift hij haar koude lichaam een beetje en gaat bij haar liggen.
Zachtjes slaat hij zijn armen om haar heen en stopt de capsule in zijn mond. Met een klap trekt hij het deksel weer op zijn plaats en begint aan zijn laatste uitvaart, een zelf gekozen dodendans.

De treurwilg ziet het met lede ogen aan …. de rust keert weer terug.

                         --------------------------------------------------------------------------------


Geschreven met als inspiratiebron de volgende YT-clip :-P 


 

(en in mijn achterhoofd nog Metallica – Cyanide  ;-))


Kort fictief verhaal – ©José Augustus 2015


zondag 14 september 2014

Wreed


In 2011 schreef ik dit fictieve korte verhaal, geïnspireerd door het nummer Freak on a leash van Korn (clip onder verhaal ;-)) en droeg het voor bij: Ode aan het schrijven ... 


Wreed

Daar waren ze weer, de stemmen.
Afwisselend een barse en een aangename, vriendelijke stem.
Aan de intonatie hoorde hij dat er een hevige woordenwisseling op komst was.
Als in een reflex rolde hij zijn lijf op als een bal om te proberen het verontrustende geluid buiten te sluiten.

Het kan zo niet langer Tim, we moeten iets doen, de mensen hier in de buurt worden steeds nieuwsgieriger!’
Hou toch je mond mens! Wat denk je nou dat ze zullen doen! Een inval? Doe toch normaal, je moet je niet zo op laten naaien door die nieuwsgierige waswijven! Er zijn echt wel meer mensen op de wereld die een Ierse Wolfshond als huisdier hebben.’
Maar ze vragen steeds waarom we hem niet uitlaten!’
Sinds wanneer is onze achtertuin een publiek park geworden dan? De tuin is helemaal afgeschermd, vandaar dat ze hem nooit zien en alleen maar horen. Godverdomme denk zelf toch eens een keer na mens!’

Hij hoorde hoe de stemmen vervaagden en ontspande enigszins opgelucht zijn lichaam.
Nóg voelde hij de pijn van de vorige keer, de schoppen in zijn zij omdat hij geen honger had gehad. Maar het allerergste was de trap tegen zijn hoofd geweest, een explosie van sterren had hij gezien en daarna was alles zwart geworden.
Voorzichtig, zonder geluid te maken met zijn ijzeren halsband, probeerde hij rechtop te gaan staan, maar de verzwakte spieren konden zijn grote logge lijf niet meer dragen tegenwoordig.
Al in geen tijden was hij boven geweest, laat staan naar buiten in de frisse lucht.
Berustend liet hij zich op de stugge paardendeken vallen, midden in zijn eigen uitwerpselen.

Hij schrok wakker van een zware knal en dook weer bang in elkaar.
Zware voetstappen klonken boven zijn hoofd als donderslagen. Deuren werden opengerukt en schreeuwende stemmen riepen door elkaar heen.
Doodsbenauwd begon hij zachtjes te janken…

Hier is nog een deur!!’, hoorde hij

De harde stem klonk nu heel dichtbij. Zover mogelijk probeerde hij zich in de uiterste hoek te drukken zonder geluid te maken. Bibberend wachtte hij af op wat ging komen.
Met het hevige gekraak kwam ook subtiel licht binnen en vreemde stemmen.

O mijn God!! Hiér jongens!!’
Mijn hemel, die stank! Waarom willen mensen in godsnaam een hond als ze hem toch alleen maar verwaarlozen! Ik ben blij dat de buren de politie gebeld hebben, ik hoop dat we dicht genoeg bij hem kunnen komen zonder dat hij ons aanvalt’
Er is een dierenarts onderweg Rob om hem als het nodig is even onder zeil te brengen met een verdovingspijltje. Ik was echt niet van plan om ook nog hondsdolheid op te lopen! Zie jij hier ergens een lichtschakelaar?
Met die zaklantaarns zien we niet genoeg’

Een scherp licht verdrong nu het aardedonker.
Vaag zag hij twee gestalten boven aan de keldertrap staan.
Bang als hij was deed hij het enige dát hij kon.
Langzaam ontblootte hij zijn tanden en begon te grommen, steeds harder.

Met stomheid geslagen staarden de mannen naar beneden.
Daar aan een stevige ketting lag een zwaar gehandicapte jongen als een hond te grommen, een paar donkere, bange ogen staarden nietsziend omhoog naar de mannen boven aan de keldertrap.
'Jack, ik denk dat we beter een dokter kunnen bellen’.


©José '11



vrijdag 29 augustus 2014

Idyllisch

                       Bron: Wallpapers

Deze MuzikaleVrijdag: #Vogels ... want daar zit muziek in ;-)


Idyllisch

De laatste zonnestralen produceren een schittering op het zacht kabbelende water als ze haar sandaaltjes uittrekt en op blote voeten langs de vloedlijn loopt.
Het verkoelende briesje kriebelt haar benen als het haar jurk speels beroerd.
Ze voelt het frisse mulle zand tussen haar tenen doorglippen bij iedere stap die ze zet.
Serene geluiden strelen haar oren als ze even stilstaat om te kijken naar de vuurrode bal die langzaam aan de horizon verdwijnt. De kracht van de natuur, het overweldigende van het onvoorspelbare, de eindeloze cirkel van het leven.
Als ze zich omdraait treft de aanblik van hun idyllische plek haar als een mokerslag.

Het genieten was begonnen, de fase van samen beschikken over een zee van tijd voor elkaar en de ultieme droom beleven. De herfst van hun leven vieren, de winter als toekomst.
Per toeval vonden ze hun droomplek. Het houten huis met de prachtige veranda, verscholen in een bosrijke omgeving, aan een klein privéstrandje met een eigen houten aanlegsteiger.
Niet meer in al te beste staat verkeerde het, maar in hun ogen het mooiste huisje dat ze ooit hadden gezien. Liefde op het eerste gezicht voor beiden.
Het zelf opknappen voelde als een kind op zien groeien, van weerloos afhankelijk naar een krachtig, bekoorlijk resultaat.
De dag dat ze er uiteindelijk introkken was alsof hun beider zielen nog meer samensmolten, het gevoel van thuiskomen was magisch.
Hun dagen waren gevuld met lezen, genieten van muziek, lange wandelingen in de fabelachtige omgeving. De tochtjes op het water, het ontdekken van nieuwe plekjes die nog onaangetast waren door mensenhanden. Maar vooral hun liefde en het genieten van elkaars nabijheid, de woordeloze gesprekken op de schommelbank op hun veranda, een aanraking of blik was genoeg om te horen en te zien.

Maar hun cirkel werd bruut doorbroken, een onverwachte manoeuvre, het leven nam een andere wending.
Ze had zijn kou gevoeld al voordat ze wakker was. De verandering had haar hart doen verstenen, de droom werd een nachtmerrie. Ontwaken maakte het alleen maar echt, ze wilde blijven slapen, slapen zo diep als ook hij voorgoed deed.

Langzaam slenterde ze terug naar het huis, hun cocon.
De wind stoeide zachtjes met de bladeren van de omringende bomen die een schuilplaats vormden voor allerlei prachtige schepsels die muzikale odes leken te brengen aan de natuur.
Ze liep de drie treden op en liet zich krachteloos op hun bank zakken terwijl een eenzame traan zich vanuit haar ooghoek een weg baande over haar gerimpelde wang.

Het getjilp werd luider, leek vlakbij.
Een prachtig roodborstje landde op haar linkerschouder, een dappere daad voor de anders zo schuwe vogeltjes.
Het eindeloze gepiep leek over te gaan in een staccato van muzikale klanken, klanken die op woorden leken, gezongen vol affectie.
'Ga door met leven, volg je eigen spoor, open de kamers van je hart.' 

                       -----------------------------------------------------------------------------------


Integer, maar rakend tot aan je ziel …. Little bird van Jazzanova met het prachtige stemgeluid van José (what's in a name;-)) James.




©José '14

Vlieg en zing voorzichtg, fijn weekend allemaal! x



vrijdag 8 augustus 2014

Reflectie



Reflectie

Als een elfje ligt haar lijfje genesteld op het koele gras op een vrolijk gekleurde quilt.
Het dunne laagje zweet verraad haar verre reis naar dromenland, kleine lippen een beetje geopend door haar vederlichte ademhaling, het wipneusje gericht naar alles verwarmende zonnestraaltjes die door het bladerdek kans zien haar te raken.
Ik kijk naar haar donkere wimpers die als trillende vlindervleugeltjes zachtjes haar perzikwangetjes beroeren. Onbezorgd, onschuldig, overgegeven aan een onontbeerlijk middagdutje.
Ik kijk genietend op haar neer, zie de schaduw van haar oma's gezicht langzaam samensmelten met het hare en voel alleen maar pure liefde voor zoveel moois. Meteen voel ik de goesting, de aandrang haar op te pakken, te knuffelen – om vervolgens nooit meer los te laten.

                                      ==================================================



Een fictief verhaaltje in 120 woorden, met de gekregen woorden van
 Dingen die fijn zijn : Gras - Wimpers en Goesting  Dank je wel!! x

©José '14


zondag 10 februari 2013

Dag 25




Dag 25
Een liedje dat je laat lachen. (Claudia de Breij)


Geduldig wachtte hij tot de zilveren maan weer even achter de zware wolken verdween.
De dichtbegroeide heg van de immense tuin gaf hem voldoende beschutting tegen allesziende ogen die toevallig voorbij kwamen in de rustige villawijk.
Hij wist dat hij snel zou moeten handelen, niet treuzelen en vooral niet teveel geluid maken.

De maan verzachtte haar stralen en hij wurmde zich zo snel mogelijk door de heg naar de tuin van de buren.

Hij had het allemaal gezien vanmiddag.
De buurman was met een pakje thuis gekomen en ineens was de lucht vol kabaal, de hoge tonen die die bitch van hiernaast uitstootte had hem bijna een gehoorbeschadiging gegeven.
Hij had geen idee of het van blijdschap was geweest of van ongeduld, maar het vrouwelijke gegrom kwam van diep blijkbaar.
Bah, ze was een door en door verwend nest.
Op hoge poten, met haar neus naar boven gericht, liep ze altijd door de wijk alsof de lucht die ze inademde speciaal voor haar werd gefilterd.
In het begin, toen hij hier pas woonde, had hij nog wel eens geprobeerd om dicht bij haar in de buurt te komen. Tevergeefs.
Ze keek hem altijd aan alsof hij zojuist uit een vuilnisbak was gekropen.
Maar vanmiddag had hij haar in opperste extase een gat zien graven om daar het gekregen voorwerp te verstoppen. Vanuit zijn eigen kamerraam had hij het vreemde schouwspel met verbazing zitten bekijken. Zo vuil had hij haar nooit gezien. Het moest op de een of andere manier echt wel een waardevol voorwerp zijn. Maar waarom zou ze het begraven?

In elkaar gedoken om zichzelf zo klein mogelijk te maken sloop hij over het gladgeschoren gazon naar de groene struiken die achter de klaterende vijver stonden.
Hij wist bijna zeker waar de plek was en zag tot zijn verbazing het hoopje aarde dat willekeurig terug was gegooid op het gat.
Vrouwen, niet echt de slimsten blijkbaar.

Een laatste snelle blik om zich heen. Niemand in de tuin of op straat zo te horen en te zien.
Met een triomfantelijke blik in zijn ogen begon hij snel te graven.
Het zand viel in stoffige korrels rondom hem neer, geen tijd om netjes te werken, jammer dan.
Binnen no time stuitte hij op iets hards.
Snel pakte hij het voorwerp op en keek om zich heen.
Plotseling zag hij een miniem lichtstraaltje vanuit de keuken van het grote huis.
Tussen een spleet in de gordijnen zag hij de bitch naar hem kijken.
Zijn hartslag maakte overuren, seconden leken minuten.
Oogcontact.
Hij was betrapt.
Hij zag de woede in haar vurige ogen en het geluidloze geschreeuw dat ze klaarblijkelijk uit haar lijf perste.

Triomferend rende hij terug naar de heg maar hield even stil bij het keukenraam.
Met een spottende blik bekeek hij haar machteloze razernij, legde zijn buit even op het gras en maakte een vreugdedansje.
Hij pakte snel zijn gevonden schat op en rende verder, door de heg, langs de zijkant van zijn eigen huis naar de openstaande schuifpui en gleed met een noodgang over het gewaxte parket naar binnen.
Met een grijns nestelde hij zich in zijn mand en begon verlekkerd aan het bot te knagen.
Ze had gelijk gehad, het was inderdaad waardevol genoeg om te begraven. Maar de teef zou er nu wel spijt van hebben dat ze het niet zelf had afgekloven.

©José '13