maandag 31 januari 2011

De Doornappel - Linda Holeman ...

 

















Volgens Bol...
Liverpool, 1823;
Na de dood van haar moeder is de elfjarige Linnet overgeleverd aan de grillen van haar stiefvader. Na de eerste keer, waarbij hij zelf toekijkt, dwingt hij haar dagelijks tot prostitutie, na afloop van haar lange werkdag in de boekbinderij.
Op een avond wordt ze mishandeld door een perverse klant die haar prachtige blonde haar afknipt en haar zwaar verwondt aan haar linkerborst. Ze balanceert op het randje van de dood en besluit daarna haar stiefvader voorgoed te verlaten.


Ze huurt een kamer bij een hoerenmadam en terwijl ze het eeuwenoude beroep uitoefent, spaart ze voor de overtocht naar Amerika, waar ze met haar ongeboren kind een nieuw leven hoopt te beginnen. Maar ze wordt beroofd en haar kind wordt dood geboren.
Dan is er eindelijk iemand die zich over haar ontfermt, en na een periode van relatieve rust krijgt ze de kans om haar geluk in India te beproeven, een kans die ze met beide handen aangrijpt.
In Calcutta leert ze als respectabele jonge vrouw de luxe van het koloniale leven kennen en terwijl ze betoverd raakt door de kleuren en geuren van India, wordt ze toch door haar oude leven ingehaald en ziet ze zich gedwongen een ingrijpend besluit te nemen...
 


Wow, wat een heerlijk boek om te lezen!
Genieten met een hoofdletter G ... 
Zo gauw je in het boek begint, zit je er meteen midden in.
Je gaat je betrokken voelen bij de hoofdpersoon, Linnet. 
Meeslepend en spannend omdat er zoveel gebeurt, zodat je op een gegeven moment echt alleen maar hoopt dat ze eindelijk eens wat geluk krijgt in haar roerige leventje.
Een boek vol emotie, intriges, prachtige verhaallijn en ontroerend tot de laatste letter.
Makkelijk maar wel pakkend geschreven. 
Je legt het niet snel weg, gevalletje van in-1-adem-uitlezen, alles om je heen vergetend....

Linda Holeman heeft meerdere boeken geschreven, dus een goed excuus om  op zoek te gaan naar de rest ;)

©José...

dinsdag 18 januari 2011

Verbroken - Karin Slaughter ...




















Van een van mijn meest favoriete schrijvers, haar tot nu toe laatste boek. 


Meeslepend vind ik haar schrijfwijze, spannend en het leest lekker weg. 
De goed om-/geschreven karakters zijn een rode draad in al haar boeken (op 2 boeken na: Triptiek en Versplinterd), waardoor je echt geen deel wil missen van de zogenaamde Linton-reeks:

1. Nachtschade  
2. Zoenoffer
3. Een lichte koude huivering
4. Onzichtbaar
5. Trouweloos
6. Onaantastbaar
7. Genesis
8. Verbroken

Volgens mij heeft ze een groot aantal fans over de hele wereld, dus ik hoop dat haar volgende al in de maak is.

©José


Millennium Trilogie - Stieg Larsson...

 
 








Ik heb ze al een tijdje uit en ik moet zeggen dat het boeken zijn die echt in mijn hoofd blijven zitten.
Fascinerend hoe knap ze in elkaar zitten!
In het eerste deel had ik het gevoel dat ik er heel even in moest komen, zal voornamelijk komen door de Zweedse namen, maar zo gauw je er in zit…kom je er ook niet meer uit! 


Pageturners worden ze wel genoemd, en dat is waarschijnlijk het understatement van het jaar.
Zijn directe stijl van schrijven bevalt me meer dan goed, leest heerlijk weg dus.
Meesterlijke plots, die ik soms vergelijk met de ingenieuze stijl van Dan Brown.
Misschien niet een echt eerlijke vergelijking, maar mijn mening.


De karakters Mikael en Lisbeth zijn werkelijk waar zo goed geprofileerd en uitgediept, dat je op een gegeven moment het gevoel krijgt ze al jaren te kennen, zelfs een beetje van ze te houden.
Heen en weer geslingerd worden van spanning naar opluchting, van verbazing naar herkenning, emoties die beeldend beschreven worden.
Superbe dus…
De verfilming heb ik niet gezien, meestal vind ik het boek beter dan een film, en ben bang dat het tegenvalt, maar misschien ooit nog een keer.

Millennium Trilogie zweeft in de top 3 van all-time favoriete boeken.
Helaas Is Stieg Larsson al op 50-jarige leeftijd overleden in 2004.
Een begenadigd schrijver…van wereldklasse.



©José...


City of Love ...










Gestaag vallen de regendruppels op zijn vette haar dat in lange dunne slierten naar beneden hangt. Instinctief duikt hij dieper weg in zijn kraag, zich niet eens bewust van de gemelijke blikken die passanten hem toewerpen.

Zijn magere gezicht getekend, zijn kleren bijna tot de draad versleten en zijn schoenen hebben waarschijnlijk ook de meeste kilometers gevreten. Het interesseert hem allemaal geen ene moer. Waarom zou hij zich druk maken om zoiets onbenulligs als uiterlijk of wat mensen van hem denken? Hij heeft wel andere dingen aan zijn hoofd.
Voorzichtig steekt hij zijn rechterhand in zijn binnenzak en voelt het papier. Opgelucht slaakt hij een nauwelijks hoorbare zucht.
Soms weet hij niet of iets echt is of alleen maar wishful thinking, een hemelse droom of een nieuwe nachtmerrie, heden of verleden. Het leven is niet altijd een pretje, dat is een ding dat hij heel zeker weet.

 
Op zijn gemak slentert hij over de oever van de Seine waar de handelaren nog druk zijn met hun
mooie verkooppraatjes. De boekenstalletjes zijn een constante factor in het dagelijks straatbeeld, net als de eeuwige studenten en grijzige oudjes die bij het 'interieur' lijken te horen.
Boeken waren ééns zijn grote passie. Zijn poort naar intelligentie en rijkdom, de papieren deur naar de wereld, waarschijnlijk zelfs zijn enige vrienden.
Tot hij háár had ontmoet.

Hij was tegen haar op gebotst in de drukke boekwinkel Shakespeare & Co. aan de Rue de la Bûcherie, tegenover de Notre Dame. Een verontschuldiging stamelend keek hij in de meest sprankelende groene ogen die hij ooit had gezien, zijn hart maakte een sprongetje en zijn tong weigerde plots dienst.
Ze grinnikte 'Het geeft niet hoor. Het is sowieso een wonder dat er hier niet vaker gewonden vallen in die drukte.'
Ze schonk hem een stralende glimlach en keek weer naar het boek dat ze in haar handen hield. Een prachtige eerste druk van een de Balzac, een ware schat voor de liefhebbers en kenners.
'Volgens mij heb je de jackpot gewonnen vandaag, een 1e druk nog wel!'
Verbaasd over zijn eigen lef haar aan te spreken, keek hij hoe ze lichtjes de kaft van het mooie boek streelde.
Een kreuntje ontsnapte aan haar volle lippen. 'Helaas is het veel te duur voor een arme student, maar het is inderdaad alsof je een schat hebt gevonden. Ik hou van boeken, vooral de oudere exemplaren waaraan je kunt zien dat het heeft 'geleefd', de expliciete geur die je bedwelmt en het fraaie uiterlijk.
Ik hoop niet dat je nu denkt dat ik een beetje raar ben', haar glimlach verbreedde zich terwijl er blosjes op haar wangen verschenen.
'Natuurlijk niet! Ik ben blij dat ik niet de enige ben die zo over boeken praat. Misschien klink ik wel heel brutaal nu, maar zou ik je mogen uitnodigen voor een kop koffie of een glas wijn?'
'Graag', zei ze tot zijn eigen verbazing. Ze legde het boek neer met een teleurgestelde blik in haar ogen en knikte de eigenaar goedendag.
'Ik betaal even mijn spullen en dan gaan we oké?' Hij sprak even met de eigenaar die zijn aankopen in een bruin papiertje wikkelde en liep naar haar toe.
Het werd een heel gezellige middag die veel te snel voorbij ging. Ze maakten een afspraak voor het volgende weekend en wisselden telefoonnummers uit.

Verloren in herinneringen loopt hij verder en ziet dat hij bij zijn geliefde Quartier Latin is aanbeland.
Ernest van het gelijknamige café groet hem, maar hij hoort het niet eens. De terrasjes zijn leeg met dit mistroostige weer, zelfs de bedelaars en zwervers zijn in geen velden of wegen te bekennen, waarschijnlijk omdat er niets te halen valt bij de gehaaste mensen die zo snel mogelijk naar hun warme huizen willen.
Hoe anders was het met haar, alleen al een blik in haar levendige ogen maakte dat de zon zijn innerlijke bewolking verdreef, de kou uit zijn botten liet verdwijnen, hem voor het eerst in zijn leven liet genieten van zijn bestaan.
Met gebogen hoofd loopt hij verder richting La Sorbonne, waar hij een kleine kamer heeft in een van de bijgebouwen, groot genoeg voor een professor die er alleen doordeweeks gebruik van maakt.
De kamer voelt kil en leeg alsof het leven eruit gerukt is. Zijn hart voelt als een ijsklompje als hij zijn natte kleren uittrekt en op een hoop gooit.
Zelfs de warme douche kan dat niet verhelpen.

Afspraak na afspraak volgde na dat weekend. Ze hadden een enorme klik en vulden elkaar naadloos aan, soulmates werden ze.
Het verschil van 15 jaar in leeftijd maakte voor hen helemaal niks uit. Ze volgde zelfs niet zijn colleges, hij was slechts één van de professoren die literatuur doceerde. Maar blijkbaar waren er toch mensen die het stuitend en onbetamelijk vonden. Hij werd op het matje geroepen door de raad van bestuur.
In niet mis te verstane woorden werd hij gedwongen om de relatie te verbreken of ontslag zou volgen.
Zijn mooie Esmee werd zonder pardon overgeplaatst naar een andere Universiteit.
Hun wereld kleurde zwart. Emotionele gesprekken over oneerlijkheid, jaloezie en de bitterheid van sommige mensen ontaarden steevast in een vastklampen aan een gezamenlijke toekomst, gevolgd door een allesomvattende intimiteit, de hunkering naar eenheid.
Sneller dan verwacht moesten ze dan toch afscheid nemen, het einde van haar studie zou het begin van hun nieuwe toekomst worden.
Het verdriet en de leegte die hem overvielen nadat ze vertrokken was, maakte dat hij in zichzelf keerde.
Hij voelde als een leeg omhulsel, een schim van de man die hij door haar geworden was.
Een eenling in de massa, die zelfs de basisbehoeften van zijn lichaam negeerde.
Steeds vaker vertrok hij naar zijn prachtige buitenhuis aan het Lac de Saint Mandé om daar uren rond te dolen in de bosrijke omgeving.
Zelfs de bijna afgeronde manuscripten van boeken die hij zelf aan het schrijven was werden vergeten.

Hij droogt zich af en trekt droge kleren aan.
Zijn natte spullen liggen als een zielig hoopje stof in de kamer. Het jasje druipt als hij het bij de kraag vastpakt en optilt.
Met twee vingers neemt hij voorzichtig de brief uit zijn binnenzak en loopt ermee naar de tafel.
Gemengde gevoelens stromen door zijn lijf als hij de envelop langzaam openmaakt.
Met stijgende verbazing absorbeert hij de inhoud van de brief. Hij leest verbijstering, ongeloof en angst. Maar meer nog dan dat leest hij liefde, verlangen en dankbaarheid.
Hij leest en leest, steeds weer opnieuw. Tot hij uiteindelijk de kern tot zich laat door dringen.
Hoop is wat eruit spat, de hoop op een sneller weerzien dan gepland.
Hij voelt het kleine waakvlammetje in zijn hart oplichten.

Verbaasd staat hij op en loopt naar zijn kleine spiegel aan de wand. Een eerste bewuste blik sinds tijden laat hem een verouderde man zien, vervallen en kleurloos. Alleen de ogen lijken te sprankelen.
Als een zachte fluistering klinkt ineens een hoopvolle stem door de kamer.
'Ik word vader!?' …..





©José... '10


 

maandag 17 januari 2011

A Forest ....

















  Met ingehouden adem stapt ze zo voorzichtig mogelijk uit bed, ervoor wakend dat ze niet op de krakende vloerplank terecht zal komen.
Op haar tenen sluipt ze naar de deur en wacht met openen tot ze het harde geluid van zijn gesnurk hoort.
Even zorgvuldig sluit ze de deur weer achter zich.
Op haar hoede loopt ze zo snel mogelijk door het kleine solide houten huis naar de kamer die het verst verwijderd is van de slaapkamer. Het gepiep dat ze hoort bij het openen van de deur doet haar hart bijna stilstaan. Ze wacht even of ze gestommel hoort aan de andere kant van het huis en haalt opgelucht adem bij de bijna serene stilte die haar omringd.


Het raam is de enige optie, daar was ze inmiddels wel achter gekomen.

Met al haar kracht probeert ze zo geruisloos mogelijk de grendel eraf te schuiven.

Het zweet staat inmiddels op haar voorhoofd en ze maant zichzelf in stilte om vooral rustig te blijven.

Ineens schiet de grendel van zijn plek en opgelucht schuift ze het onderste deel langzaam naar boven.

De frisse bries geeft haar een gelukzalig gevoel, een nieuwe energie stroomt met kracht door haar lijf.

Ze zwaait haar rechterbeen door het raam en schuift voorzichtig haar billen op het kozijn.

Ze weet dat de grond maar een klein stukje lager is en laat zich bedachtzaam zakken terwijl ze haar linkerbeen nu ook naar buiten zwiept. Een klein sprongetje en ze staat buiten.
Opluchting maakt echter snel plaats voor angst als ze om zich heen kijkt.


Zo ver haar oog reikt ziet ze alleen maar uitgestrekt bosgebied en ze heeft geen flauw idee welke kant ze op moet om de bewoonde wereld te bereiken.

Maar het enige dat ze nu moet doen is zo ver mogelijk bij het huis vandaan zien te komen.

Op haar blote voeten, slechts gekleed in haar slipje en shirt, rent ze naar de dichtstbij gelegen bomen en verdwijnt ertussen.



Zigzaggend rent ze zo snel ze kan tussen de hoge bomen door, terwijl ze met haar armen zoveel mogelijk de zwiepende takken uit haar gezicht probeert te weren. Ze voelt hoe het zweet over haar lijf gutst en het shirt aan haar huid plakt.

Ze moét af en toe stoppen om op adem te komen, haar conditie is ongeveer nihil na zo'n lange tijd opgesloten te hebben gezeten, met niet meer bewegingsvrijheid dan een tiental meters.

De pijnscheuten in haar zij doen niet onder voor haar pijnlijke voetzolen. De harde takken en scherpe bladeren dringen steeds dieper de weke huid binnen.

Als ze weer even stilstaat spits ze haar oren, hopend op een geluid dat er op duidt dat ze in de buurt van een weg is.

Maar alles wat ze hoort zijn bosgeluiden, de wind die door de boomtoppen blaast, het lichte geruis van de bladeren, een vogeltje dat vroeg wakker is, dingen waar ze normaal gesproken van zou genieten. Maar ze moet verder en liefst zo snel mogelijk. Met tussenpozen blijft ze rennen, zo hard als haar intussen bloedende voeten haar kunnen dragen.


Moe en dorstig vervloekt ze zichzelf dat ze niet beter voorbereid is. Kwaad op diegene die haar dit aangedaan heeft.

Tranen van onmacht lopen over haar wangen als ze voorover gebukt staat uit te hijgen, haar handen in haar zij. De zon komt al op en ze kijkt om zich heen, de uitdrukking door de bomen het bos niet meer zien, krijgt ineens een hele realistische betekenis.

Uren moet ze al gelopen hebben, maar nog steeds hoort ze niks nieuws, niets dat haar enigszins hoopvol stemt tenminste. Kwaad laat ze zich op haar knieën vallen en slaat moedeloos met haar vuisten op de vochtige aarde.

Uitgeput gaat ze even liggen en kijkt door het hoge bladerdek naar de zon die een paar sterke straaltjes naar haar besmeurde gezicht stuurt.

'Heel eventjes mijn ogen sluiten, heel even maar'.


Paniekerig opent ze haar ogen als ze een zacht gegrom hoort.

Ze kijkt recht in een paar gemene ogen en het gegrom wordt feller. Scherpe tanden, ontbloot in een kwijlende bek, wachten op een bevel om haar aan te vallen.

Een benauwende angst overvalt haar, ze voelt hoe haar hart bijna uit haar borstkas springt.

Een huivering trekt over haar ruggengraat als ze opkijkt en de zwarte ogen ziet die op haar neerkijken.

'Je kon het niet laten dus, het beetje vertrouwen dat ik je gegeven heb, heb je misbruikt. Het was ijdele hoop om te denken dat je zoveel van me houdt dat je me nooit zou verlaten.

Je bent al net zo'n hoer als je moeder, je weet niet hoe snel je de benen moet nemen nu ik je wat meer vrijheid geef. Hier zul je natuurlijk voor moeten boeten dat snap je hoop ik ook wel.


Sta op!'

Aarzelend staat ze op, pijnscheuten gieren door haar volledig uitgeputte lichaam.

Een eenzame traan biggelt over haar wang als ze hem smekend aankijkt.

'Met huilen bereik je niks, dat heeft je moeder lang genoeg geprobeerd. Het ondankbare nest heeft zich letterlijk dood gejankt. Ik dacht dat jij anders was. Nou opschieten, lopen!'

Strompelend zet ze haar ene voet voor de andere, haar uiterste best doend om niet te vallen.

Ze hoort de hond vlak achter zich, zijn gehijg en gegrom bijna voelend.

'We hadden toch een deal samen? Je neemt je moeders plek in, tot de dood ons scheidt. Of niet soms?'

Met een droge mond en gebarsten lippen probeert ze geluid uit haar keel te persen.

'Ik hoor je niet! Wat zeg je?'

'Ja-a Papa, tot de dood ons scheidt'.

Tevreden knikt hij.



©José '10